Zoek een instelling bij u in de buurt

Zoek op deze site

Hoe gaat de certificering in zijn werk?

De WHO (Wereld Gezondheidsorganisatie) en UNICEF (het Kinderfonds van de Verenigde Naties) hebben het Baby Friendly Hospital Initiative gelanceerd om te bevorderen, dat baby's waar ook ter wereld vanaf de geboorte uitsluitend borstvoeding kunnen krijgen.


1.    Inleiding
2.    Waarom WHO/UNICEF certificering?
3.    Beschikbare documenten
4.    Wie kan het borstvoedingcertificaat behalen?
5.   
Hoe werkt certificering?
6.    Beoordelingscriteria
7.    Wat zijn de kosten?
8.    Geldigheidsduur van het borstvoedingscertificaat









1.           
Inleiding
In de zorg laten steeds meer organisaties hun kwaliteit beoordelen. Daar zijn verschillende redenen voor. Zo krijgen kraamzorgorganisaties bij de zorgverzekeraars veelal slechts een contract als zij in het bezit zijn van zowel het HKZ keurmerk als het borstvoedingscertificaat. Ze worden gekort op het uurtarief als ze niet voldoen aan deze kwaliteitseisen. De overheid geeft in het rapport ‘Kraamzorg in ontwikkeling’ (IGZ april 2009) aan het HKZ keurmerk en het borstvoedingscertificaat als belangrijke ontwikkelingen te zien voor de verbetering van de kwaliteit van de kraamzorg. Voor de andere partners in de ketenzorg, te weten verloskundigenpraktijken, ziekenhuizen en jeugdgezondheidszorginstellingen, bestaat geen extra financiële prikkel van de zorgverzekeraars. Brancheorganisaties moedigen wel meetbare kwaliteit van zorg aan en stellen soms eisen aan het lidmaatschap.
Daarnaast hebben veel zorginstellingen een intrinsieke motivatie om het borstvoedingcertificaat te behalen; ze streven naar optimale zorg voor borstvoeding omdat dat past in hun visie op gezondheidsbevordering en ziektepreventie. Door de kwaliteit van ook deze zorg inzichtelijk, meetbaar en toetsbaar te maken, geven ze blijk van hun professionaliteit. Met het borstvoedingcertificaat onderscheiden ze zich in de markt. Cliënten/patiënten zijn immers steeds kritischer en gaan op zoek naar goede informatie en begeleiding. 


2.           
Waarom WHO/UNICEF certificering?
De WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) en UNICEF (het Kinderfonds van de Verenigde Naties) hebben in 1991 het Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI) gelanceerd om te bevorderen, dat baby’s waar ook ter wereld vanaf de geboorte borstvoeding kunnen krijgen. De bescherming, bevordering en ondersteuning van borstvoeding is wereldwijd een prioriteit voor de volksgezondheid. Het is een van de meest effectieve manieren om de gezondheid van onze kinderen te verbeteren. Daarnaast heeft het positieve effecten op moeders, de gezondheidszorg, het milieu en de maatschappij in het algemeen. Ook in Nederland waren de borstvoedingcijfers dramatisch gedaald aan het einde van de 20ste eeuw en is de bevordering van borstvoeding speerpunt van beleid van de overheid (Voedingsnota 2009 van het Ministerie van VWS). De ‘Tien vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding’ vormen de internationaal aanvaarde basis voor het BFHI. Interventies in de gezondheidszorg die betrekking hebben op de pre- èn postnatale periode, inclusief de cruciale dagen rondom de bevalling, zijn effectiever dan interventies die zich slechts richten op een enkele periode. (De bescherming, bevordering en ondersteuning van borstvoeding in Europa: een Blauwdruk voor actie; 2004). Het BFHI is een voorbeeld van zo’n interventie met een breed bereik, een interventie die bovendien bewezen effectief is. Het WHO/UNICEF certificaat Zorg voor Borstvoeding biedt een waarborg voor de kwaliteit van zorg en onderscheidt zich van andere kwaliteitstoetsingen:
  •      internationaal ontwikkeld en erkend door de gezaghebbende organisaties WHO en UNICEF; de toetsings- en beoordelingscriteria zijn wereldwijd gelijk;
  •      normontwikkeling en aanpassingen worden tweejaarlijks op internationaal niveau vastgesteld; de toetsing vindt nationaal plaats. In Nederland staat de toetsing onder toezicht van het bestuur van de stichting Zorg voor Borstvoeding, waarin het Nederlands Comité UNICEF vertegenwoordigd is;
  •      de kennis en vaardigheden van de cliënten (zowel zwangeren als kraamvrouwen worden geïnterviewd) vormen een belangrijk onderdeel van het onderzoek en wegen zwaar bij de uiteindelijke beoordeling;
  •      certificering van de kraamzorg is bewezen effectief (Peiling melkvoeding TNO KvL, 2005, 2007);
  •      de ‘Tien vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding’ vertonen grote onderlinge samenhang; het geheel is meer dan de som der delen. Het hele traject, van prenatale voorlichting en zorg voor moeder en kind tot nazorg en samenwerking met partners in de ketenzorg, is opgenomen in de beoordelingscriteria;
  •      certificering is niet beperkt tot een momentopname; om het certificaat te behouden is driejaarlijkse hertoetsing verplicht.
Gecertificeerde zorginstellingen geven aan dat ook het proces op weg naar het certificaat hun veel gebracht heeft. Het beleid wordt schriftelijk vastgelegd en verplichte scholingen hebben plaatsgevonden voor iedereen die direct betrokken is bij de begeleiding van moeder en/of kind. Gedurende het implementatietraject worden hiaten in beleid en kennis zichtbaar, zodat ze kunnen worden aangepakt. Alle zorgverleners krijgen duidelijke handvatten voor de praktijk om eenduidig en consistent te werken. Dit leidt tot betere resultaten en het zorgt voor meer voldoening in het werk. Cliënten laten steeds vaker weten dat ze tevreden te zijn over de verleende zorg. 

3.           
Beschikbare documenten
In de folder ‘Zorg voor borstvoeding’ (bestellen) staat kort uitgelegd wat het BFHI-programma beoogt. Op de cd-rom ‘Andermans veren’ (bestellen) staat een groot aantal documenten, die door verschillende gecertificeerde zorginstellingen zijn ontwikkeld en mogen worden gebruikt door derden: beleidstukken, adviezen aan ouders, handleiding bij kolven, neutrale voorlichting over flesvoeding, overdracht- en evaluatieformulieren enzovoort. 

Verder kunt u informatie vinden in de gratis te downloaden ‘Criteria en Interne Beoordeling’ (of te
bestellen 2, 3 en 3a). Dit is een uitgebreide beschrijving van de Tien vuistregels of de Zeven Stappen met bijbehorende vragenlijst voor Interne Beoordeling, waarmee u kunt bekijken in hoeverre de huidige eigen werkwijze beantwoordt aan de Internationale Criteria. Op basis van die gegevens kan de instelling besluiten tot het ontwikkelen van een plan-van-aanpak, dat moet leiden tot de gewenste veranderingen in het beleid.
Een Model plan-van-aanpak voor de verschillende doelgroepen is eveneens gratis de downloaden (of te
bestellen 5, 6 en 6a). Daarin ziet u stap voor stap welke acties ondernomen kunnen worden en kunt u systematisch invullen welke middelen daarvoor nodig (en reeds beschikbaar) zijn en wie wanneer actie onderneemt. Het ‘Model plan-van-aanpak’ bevat een aantal nuttige bijlagen, zoals een ‘Voorbeeld van een evaluatieformulier voor cliënten’, een ‘Vragenlijst over borstvoeding voor aanstaande ouders’ en een ‘Vragenlijst zuigelingenvoeding’.
Zorg voor Borstvoeding heeft een voorbeeld borstvoedingprotocol voor de verloskundige praktijk ontwikkeld dat u kunt downloaden op deze site. Het is een Word document, zodat u de mogelijkheid hebt het aan te passen aan de eisen en omstandigheden van uw praktijk.

Voor de voorlichting aan ouders zijn er de welbekende folder ‘2 x 10 dingen die je moet weten over borstvoeding’ (bestellen) en ‘Borstvoeding, 7 stappen voor het eerste jaar’. Bovendien kunt u de dvd ‘Borstvoeding de beste start’ (bestellen) en de dvd ‘Borstvoeding.. baby aan zet’ (bestellen) gebruiken voor voorlichtingsavonden, uitleen of wachtkamer.
Voor scholingsdoeleinden is bij de dvd ‘Borstvoeding, de beste start’ een vragenlijst ontwikkeld (bestellen).
Om de deskundigheid in de gezondheidszorg te ondersteunen heeft Zorg voor Borstvoeding bovendien een studieboek uitgebracht: 'Begeleiding bij Borstvoeding' (bestellen), waarin veel onderwerpen aan de orde komen: een praktisch boek waarin je snel wat opzoekt, met duidelijke illustraties, nuttige adressen en een uitgebreide bronvermelding voor wie meer wil weten.
Tijdens het spreekuur, in de kraamzorg of op het cb kunt u uw uitleg over goed aanleggen verduidelijken met de bureaustandaard (bestellen) met aanlegfoto’s. Er zijn ook scheurblocs (bestellen)met deze mooie fotoserie waarop u eventueel uw eigen schriftelijke aandachtspunten of andere informatie toevoegen.
De achtergrondinformatie bij de Tien vuistregels van UNICEF vindt u in het boekje ‘De bescherming, bevordering en ondersteuning van borstvoeding; de bijzondere rol van de gezondheidszorg’ (bestellen). 
Natuurlijk is ook de volledige tekst van de ‘Internationale Gedragscode voor het op de markt brengen van moedermelkvervangende producten’ beschikbaar (bestellen).
 

4.           
Wie kan het borstvoedingcertificaat behalen?
Alleen de organisaties of instellingen die tijdens de kraamtijd zorg verlenen, zoals kraamzorgorganisaties, ziekenhuizen, kraamzorghotels of verloskundigenpraktijken komen in aanmerking voor het certificaat. Als een ziekenhuis het borstvoedingcertificaat heeft behaald, geldt dat in ieder geval voor de kraamafdeling en vaak ook voor de afdeling neonatologie/kinderafdeling. Aan individuele personen of ZZP-ers worden geen ZvB certificaten uitgereikt. Voor de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) zijn de ‘Zeven stappen voor bevordering van de duur van de borstvoeding’ ontwikkeld. Ook thuiszorginstellingen en Centra voor Jeugd en Gezin kunnen bij voldoende resultaat van de beoordeling het certificaat Zorg voor Borstvoeding behalen. 

5.           
Hoe werkt certificering?
Hieronder vindt u een beknopt overzicht van de procedure, die een zorginstelling of verloskundigenpraktijk doorloopt om het WHO/UNICEF certificaat Zorg voor Borstvoeding (ZvB) te behalen.

* Het proces op weg naar het certificaat begint met een Interne Beoordeling door de instelling zelf, die u vindt in ‘Criteria en Interne Beoordeling’.
* ZvB biedt desgewenst telefonisch, persoonlijk en/of schriftelijk informatie, ondersteuning en advies. Voor een adviesgesprek op locatie worden € 50 en reiskosten in rekening gebracht.
* Zodra de instelling of praktijk van mening is dat de begeleiding bij borstvoeding conform de criteria wordt uitgevoerd, vindt schriftelijke of telefonische aanmelding plaats bij de stichting ZvB.
* Men ontvangt zo spoedig mogelijk een informatieve brief over de procedure tot verkrijgen van het certificaat. ZvB vraagt om eerst ter beoordeling toe te sturen: a. het borstvoedingsbeleid en/of protocol, b. het scholingsprogramma (aantal uur scholing) en gebruikt lesmateriaal en c. de inhoud van de prenatale voorlichting. * Voor dit deel van de beoordeling worden geen kosten in rekening gebracht. Bij voldoende beoordeling van de schriftelijke stukken kan de Externe Beoordeling in gang gezet worden. Het definitieve contract wordt opgestuurd en de zorginstelling of praktijk ondertekent dit. 
* U hoort welke senior assessor verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Externe Beoordeling en hoeveel interviews met welke doelgroepen zullen worden gehouden.
* De senior assessor maakt de afspraken en onderhoudt het contact. In principe wordt gedurende twee dagen onderzoek ter plaatse gedaan. Bij grotere organisaties of zorginstellingen neemt de beoordeling meer tijd in beslag. Behalve (een deel van de) professionals interviewen de assessors ook een representatief aantal zwangeren (> 32 weken) en kraamvrouwen (vanaf dag 3 of 4), zodat duidelijk wordt hoe de kennis en vaardigheden worden overgedragen aan de cliënten.  
*  Op de laatste onderzoeksdag wordt de uitvoering van het onderzoek geëvalueerd. Ook ontvangt de organisatie/praktijk een schriftelijk evaluatieformulier. Er wordt echter nog geen oordeel gegeven over de resultaten.
* Na afloop verwerken de assessors de gegevens en vergelijken ze die met de internationale criteria die voor elke vuistregel of stap zijn opgesteld. Ze brengen van hun bevindingen verslag uit aan de coördinator.
* Het officiële eindverslag wordt geschreven door de coördinator.
* Aan de hand van de eindconclusie en aanbevelingen beslist het bestuur of het certificaat al dan niet wordt toegekend. Vanaf 1-1-2011 zullen alle certificaten een registratienummer krijgen.
* De zorginstelling of verloskundigenpraktijk worden binnen drie weken na de laatste onderzoeksdag telefonisch op de  hoogte gesteld van het besluit. 

Mocht uit de Externe Beoordeling blijken dat de zorg voor borstvoeding op een beperkt aantal punten nog niet voldoet, dan zal het bestuur een aanmoedigingsprijs toekennen. In onderling overleg zullen we met u vaststellen op welke termijn het betreffende aspect opnieuw kan worden beoordeeld. 
 

De duur van de gehele procedure van het definitief aanvragen van de beoordeling tot toezending van rapport, certificaat en plaquette is niet langer dan een half jaar. 
De audits worden uitgevoerd door assessors, die allen de ‘BFHI assessor training’ hebben gevolgd. Alle assessors zijn lactatiekundigen IBCLC en hebben daarnaast specifieke werkervaring in een van de sectoren. 
De stichting Zorg voor Borstvoeding kent een eigen klachtenprocedure.


6.   
Beoordelingscriteria
Bij de Externe Beoordeling wordt onderzocht in hoeverre de kraamzorgorganisatie, het ziekenhuis of de verloskundigenpraktijk de Tien vuistregels goed toepast. In de Jeugdgezondheidszorg wordt de toepassing van de zeven stappen getoetst.
De Internationale Vragenlijst voor Externe Beoordeling, die daarbij wordt gebruikt, berust voornamelijk op interviews met willekeurig gekozen moeders, zwangeren, staf en medewerkers. Bovendien zal de assessor gegevens verzamelen op grond van observatie ter plekke.
Wat (aanstaande) moeders weten is immers de beste controle van het effect van de prenatale voorlichting; getoonde vaardigheden geven aan of medewerkers moeders kunnen helpen; of huid op huidcontact wordt toegepast, wanneer de baby’s voor het eerst worden aangelegd en of rooming-in wordt toegepast kan door gesprekken met moeders en medewerkers en deels door observatie worden vastgesteld.
Bestudering van het protocol, van de inhoud van de prenatale voorlichting en het lesmateriaal zijn daarnaast gekozen als objectieve middelen om vast te stellen hoe de doelstelling om borstvoeding te beschermen, te bevorderen en te ondersteunen in praktijk wordt gebracht. 
Bij de toetsing geldt over het algemeen dat 80% van de geïnterviewde cliënten moet bevestigen dat zij voorlichting en ondersteuning conform de Tien vuistregels of de Zeven stappen hebben ontvangen. Een uitzondering vormt vuistregel 6, waar een 100% norm geldt: de zorgverleners moeten kunnen aangeven waarom zij borstgevoede baby's andere voeding of vocht voorschrijven dan moedermelk. In alle gevallen (100%) moeten daar aanvaardbare medische gronden voor zijn.
Een knelpunt blijkt vaak vuistregel 10, die identiek is aan stap 7: van de willekeurig gekozen (aanstaande) moeders moet 80% bevestigen dat door de zorgverlener met hen is gepraat over de manier waarop ze contact kunnen leggen met een borstvoedingorganisatie (bijvoorbeeld folders, telefoonnummer of informatiebijeenkomst). De professional moet op de hoogte zijn van het bestaan van deze groepen in de naaste omgeving en, als ze er zijn, beschrijven hoe de (aanstaande) moeders op deze groepen worden gewezen. Is er geen contactgroep in de buurt, dan moet de zorgverlener bevestigen dat de (aanstaande) moeders worden verwezen naar de beide landelijke organisaties en daar de (internet)adressen van kennen. De zorgverleners moeten op de hoogte zijn van de specifieke rol die de borstvoedingorganisaties kunnen vervullen naast de professionele gezondheidszorg en daarover ook uitleg geven.

Zo is van elke vuistregel en stap gedetailleerd beschreven aan welke criteria moet worden voldaan. In de brochures ‘Internationale Criteria en Interne Beoordeling’ vindt u behalve deze informatie per vuistregel of stap ook een notitie over omgaan met reclame voor kunstmatige zuigelingenvoeding.
Het naleven van de WHO gedragscode over de marketing van zuigelingenvoeding van 1981 en van de aanvullende Resoluties, waarin ook voorlichting en nascholing aan de orde komt, vormt een onderdeel van het BFHI, dat immers een WHO/UNICEF programma is. Om deze reden zijn aan de documenten voor BFHI/Zorg voor Borstvoeding vragen toegevoegd over de relatie met de bedrijven die kunstmatige zuigelingenvoeding produceren en over de verstrekking van gratis monsters. Tevens wordt nagegaan of jonge ouders een dubbele boodschap ontvangen; dit kan gebeuren als door of in de zorginstelling allerlei reclamemateriaal over kunstvoeding, opvolgmelk, flessen of spenen wordt uitgedeeld of uitgestald. Dit geldt ook voor kraammarkten of mede door de zorg georganiseerde beurzen.
 

7.   
Wat zijn de kosten?
De totale kosten voor de Externe Beoordeling of hercertificering (Reassessment) zijn afhankelijk van de grootte van de instelling. Bij kraamzorgorganisaties en JGZ-instellingen wordt gekeken naar het aantal medewerkers, verzorgingen op jaarbasis en omvang van het werkgebied. Als verloskundigenpraktijken binnen één Kring gelijktijdig opgaan in een regio wordt een korting verleend. Kortom, er wordt altijd een offerte op maat aangeboden.
Voor 2011 zijn de volgende indicatieve bedragen vastgesteld door het bestuur van de stichting Zorg voor Borstvoeding. 

Externe Beoordeling 2012
ziekenhuizen
zks met meerdere afdelingen neonatologie, UMC
€ 6300
€ 6695
kraamzorg (afhankelijk van de grootte wordt ook een offerte op maat gegeven)van € 1943 tot € 7500
JGZ€ 3675
verloskundigenpraktijk solo/duopraktijk
3-5 verloskundigen
grotere praktijken op aanvraag 

€ 1575
€ 2350 
  
Reasssessment2012
ziekenhuizen
zks met meerdere afdelingen neonatologie, UMC
€ 4200
€ 4988
kleine tot middelgrote kraamzorg (grotere organisaties krijgen een offerte op maat)van € 1418 tot € 4562
JGZ€ 3150
verloskundigenpraktijk
solo/duopraktijk
3-5 verloskundigen
grotere praktijken op aanvraag 

€ 1208
€ 1445
  

8.   
Geldigheidsduur van het borstvoedingscertificaat
Drie jaar na de uitreiking van het WHO/UNICEF certificaat Zorg voor Borstvoeding vindt een reassessment plaats om vast te stellen of de hoge kwaliteit van zorg behouden is. Het eerste heronderzoek is iets minder uitgebreid; er worden dan geen zwangeren  geïnterviewd. Een tweede reassessment is weer wat uitvoeriger.
De zorginstellingen en verloskundigenpraktijken ontvangen in het jaar voorafgaand aan de verplichte hertoetsing een brief over de procedure en inhoud van deze hertoetsing.
Bij een reassessment is extra aandacht voor de implementatie van eventuele aanbevelingen uit de voorgaande rapportage. Zijn er nieuwe medewerkers in de tussentijd komen werken, dan zullen zij zeker ook (deels) behoren tot de steekproef.
Dit reassessment vindt in goed overleg plaats bij voorkeur in hetzelfde kwartaal als het vorige onderzoek. Het is dus nooit een onaangekondigde controle.

Onzekerheid

Zorgverleners moeten het zelfvertrouwen van de moeder ondersteunen met uitleg over het borstvoedingproces, maar ook over de behoeften en nog beperkte mogelijkheden van baby's, zodat ouders daar een reëel beeld over hebben.

Vuistregel 4

Vuistregel 4

In een groot prospectief onderzoek zijn gegevens verzameld van alle vrouwen die gedurende een jaar zijn bevallen in 19 ziekenhuizen in Californië. Totaal ging het om 21.842 moeders en kinderen. Uit het onderzoek bleek dat huid op huid contact tussen moeder en kind in de eerste drie uur na de bevalling samenhing met uitsluitend borstvoeding tijdens de kraamtijd. Hoe langer dit contact, des te groter de kans op borstvoeding zonder bijvoeding: een OR van 1,37 bij een kwartier contact en van 3,14 als het huid op huid contact meer dan een uur had geduurd.

L.Bramson et al.
Effect of early skin-to-Skin mother–infant contact during the first 3 hours following birth on exclusive breastfeeding during the maternity hospital stay. J of Human Lact 28; 2010

meer wetenschap