Op deze pagina ziet u gegevens over de percentages borstgevoede kinderen in Nederland en daarbuiten. De Nederlandse cijfers voor uitsluitend borstvoeding op een aantal meetmomenten zijn samengevat in onderstaande grafiek. Verder kunt u achtergrondinformatie bij de cijfers vinden in korte teksten over een aantal onderzoeken met de bijbehorende links naar de rapporten zelf.
| borstvoeding(n) | % | gemengd (n) | % | kunstvoeding (n) | % | |
| Geboorte | 1076 | 75 | 0 | 0 | 368 | 25 |
| 1 mnd | 134 | 46 | 24 | 8 | 131 | 45 |
| 2 mnd | 97 | 41 | 19 | 8 | 121 | 51 |
| 3 mnd | 71 | 29 | 15 | 6 | 156 | 64 |
| 4 mnd | 51 | 25 | 24 | 12 | 134 | 64 |
| 5 mnd | 23 | 21 | 11 | 10 | 75 | 69 |
| 6 mnd | 30 | 18 | 15 | 9 | 22 | 73 |
Het WHO/UNICEF certificaat Zorg voor Borstvoeding houdt in dat ook de WHO Code wordt nageleefd: geen reclame voor flesvoeding. Zo krijgen ziekenhuizen maximaal 20% korting op de detailhandelsprijs.

In een groot prospectief onderzoek zijn gegevens verzameld van alle vrouwen die gedurende een jaar zijn bevallen in 19 ziekenhuizen in Californië. Totaal ging het om 21.842 moeders en kinderen. Uit het onderzoek bleek dat huid op huid contact tussen moeder en kind in de eerste drie uur na de bevalling samenhing met uitsluitend borstvoeding tijdens de kraamtijd. Hoe langer dit contact, des te groter de kans op borstvoeding zonder bijvoeding: een OR van 1,37 bij een kwartier contact en van 3,14 als het huid op huid contact meer dan een uur had geduurd.
L.Bramson et al. Effect of early skin-to-Skin mother–infant contact during the first 3 hours following birth on exclusive breastfeeding during the maternity hospital stay. J of Human Lact 28; 2010