Zoek een instelling bij u in de buurt

Zoek op deze site

Borstvoedingscijfers

Op deze pagina ziet u gegevens over de percentages borstgevoede kinderen in Nederland en daarbuiten. De Nederlandse cijfers voor uitsluitend borstvoeding op een aantal meetmomenten zijn samengevat in onderstaande grafiek. Verder kunt u achtergrondinformatie bij de cijfers vinden in korte teksten over een aantal onderzoeken met de bijbehorende links naar de rapporten zelf.


Peilingen melkvoeding van TNO KvL

TNO Preventie en Gezondheid in Leiden voert parallel aan het werk van Zorg voor Borstvoeding regelmatig een evaluatieonderzoek uit om te kijken naar het effect van het certificeringsprogramma. De eerste peiling is gedaan eind 2000/begin 2001. Het volledige rapport vindt u hier. De tweede peiling heeft plaatsgevonden in 2002 en het rapport is hier in te zien.
In een afsluitend TNO rapport zijn de gegevens over de hele periode van 2000 tot 2003 samengevoegd en op meer details geanalyseerd. U kunt dit rapport ‘Effect van invoering van het Baby Friendly Hospital Initiative op het geven van borstvoeding in Nederland' hier inzien.
Eind 2004/begin 2005 zijn opnieuw gegevens verzameld. De resultaten van deze peiling leest u hier. In de rapportage zijn de borstvoedingspercentages voor 2005 weergegeven; de resultaten van de peiling worden ook vergeleken met die van voorgaande jaren. Een overzicht daarvan ziet u in deze grafiek. In dit rapport wordt ook gekeken naar de combinatie borstvoeding - kunstvoeding en met name naar de verhouding: meer borstvoeding dan kunstvoeding of andersom. Bovendien is er aandacht voor een aantal vuistregels.

In de peiling 2007 is vastgesteld dat certificering door Zorg voor Borstvoeding een positef effect heeft op de borstvoedingpercentages bij de start en op dag acht. Zie ook de pagina 'wetenschap'. Het hele rapport kunt u hier inzien.

Borstvoedingcijfers 2010
De resultaten zijn bekend geworden van de meest recente peiling melkvoeding van zuigelingen, uitgevoerd door TNO, Kwaliteit van Leven in Leiden. De borstvoedingpercentages zijn in 2010 niet gestegen. Op basis van 1448 ingevulde vragenlijsten (de respons was 40% van de uitgezette lijsten) kunnen we concluderen dat het startpercentage in vergelijking met de peiling van 2007 gedaald is van 81 naar 75%. Ook de afname in de eerste maand is nog steeds aanzienlijk. Van de 109 kinderen van vijf maanden oud kregen 23 (21%) borstvoeding en 75 (69%) kunstmatige zuigelingenvoeding; met zes maanden kregen nog maar 30 (18%) van de 167 kinderen moedermelk als enige melkvoeding.  De spreiding bij deze laatste twee groepen is volgens TNO: 21% plus of min 8, 18% plus of min 6 
 borstvoeding(n)%gemengd (n)%kunstvoeding (n)%
Geboorte1076750036825
1 mnd1344624 813145
2 mnd974119812151
3 mnd712915615664
4 mnd5125241213464
5 mnd232111107569
6 mnd30181592273
Type melkvoeding naar leeftijd van het kind in volledige maanden tijdens de peiling in 2010; resultaten zijn gewogen voor opleidingsniveau van de moeder


Fopspenen hebben nadelen:

voedingsignalen worden gemist, de baby krijgt minder vaak borstvoeding, de melkproductie past zich aan en neemt af. De andere manier van zuigen is bovendien vaak verwarrend.

Richtlijn borstvoeding online!

Richtlijn borstvoeding online!

Deze richtlijn is een wetenschappelijk onderbouwd basisdocument waarmee zorgverleners een uniforme begeleiding bij borstvoeding willen realiseren. De richtlijn bevat praktische aanbevelingen om vrouwen goed te adviseren bij borstvoeding en bij eventuele problemen, inclusief toelichtingen op het voorgestelde beleid en uitgebreide literatuurverwijzingen. Hiermee is de richtlijn niet alleen bruikbaar voor de dagelijkse praktijk, maar dient deze ook als basis voor scholing en onderzoek.Er is een commentaarfunctie ingebouwd voor feedback vanuit de praktijk en een pagina voor nieuwe ontwikkelingen.De richtlijn is te vinden op www.richtlijnborstvoeding.nl