Optimale zorg voor borstvoeding geeft moeders en kinderen de beste kans op een gezonde start.
De inzet van zorgverleners is daarbij onmisbaar. Zorg voor Borstvoeding ondersteunt hun inspanningen en biedt een programma aan dat berust op kwaliteitsonderzoek waarbij internationale criteria gelden. Het gaat om een samenhangend geheel van beleid, deskundigheidsbevordering en vaardigheden. Niet alleen de procedures die de instelling hanteert worden beoordeeld, maar ook de praktijk zoals zorgverleners en cliënten deze ervaren.In de WHO studies die ten grondslag liggen aan de vernieuwde groeicurven (2006) blijkt dat bij voeden op verzoek met 3, 6, 9 en 12 maanden gemiddeld 10, 9, 7 en 5 voedingen per etmaal werden gegeven.

Het Platform Borstvoeding wil het het 'Charter voor borstvoeding' zorgverleners bewust maken van de relatie tussen borstvoeding en gezondheid en belemmeringen om borstvoeding te geven wegnemen. Om dit te realiseren zijn de volgende doelstellingen geformuleerd:
1. De kwaliteit en continuiteit van de zorg t.a.v. borstvoeding verbeteren.
2. Maatschappelijke belemmeringen wegnemen.
3. Het zelfvetrouwen van moeders en hun evntuele partners versterken.
4. Samen met werkgevers en werknemers een werkklimaat scheppen waarin het geven van borstvoeding en afkolven gewoon is.
5. De internationale gedragscode voor het op de markt brengen van vervaingingsmiddelen voor moedermlek van de WHO te implementeren, evenals de aanvullende resoluties omtremt dit onderwerp.
Laat zien dat ook u de doelstelling van het 'Charter voor borstvoeding' onderschrijft en ga naar www.chartervoorborstvoeding.nl om uw steun te betuigen